chrisnaarsantiago.reismee.nl

Het eerste manuscript is af

Sinds afgelopen maand weet ik weer wat de term “monnikenwerk” inhoudt. Het grootste deel van deze tijd heb ik achter mijn computer doorgebracht om de 128 artikelen, die ik op mijn blog heb staan om te werken tot een min of meer samenhangend verhaal. En ik moet zeggen dat ik die klus in elk geval heb geklaard in bijna 110 uur. Het positieve van dit alles is dat ik gewoon de hele reis weer een keer heb gemaakt. Mijn eerste manuscript is nu bijna 250 pagina’s. Tot zover de kwantiteit.

Maar dan de kwaliteit: Zit de structuur logisch in elkaar en komt die ook tot uitdrukking in het geschrevene. Correcte spelling. Mijn taalgebruik. Heb ik consequent in de juiste tijd geschreven, enz, enz, enz. Tot mijn vreugde hebben zich al twee zeer deskundige vrijwilligers gemeld, die dit erg leuk vinden om te doen. De eerste is al druk bezig. Ook heeft zich al een vrijwilligster gemeld, die mij wil helpen bij het maken van de boekomslag. Daar ben ik echt heel erg blij om. Voor mij bleek dit een aparte wetenschap toen ik me daar in verdiepte.

Tijdens het schrijven kom je er dan achter dat je wel redelijk met Word om kunt gaan, maar dat er toch een aantal zaken zijn die je niet weet. Daarom ga ik ook van dit medium gebruik maken om hulp te vragen aan mijn lezers. Alle hulpvragen, die ik tot nu toe kan bedenken en waar ik nog niemand voor heb gevonden vinden jullie onder aan dit artikel. Ik wacht in spanning de aanmeldingen af. Uit al het bovenstaande heb ik in elk geval geleerd dat het nu eigenlijk pas begint.

Nu ik weet hoeveel bladzijden het boek ongeveer gaat worden kan ik ook een betere berekening maken van wat het allemaal gaat kosten. Daar ga ik me de komende tijd mee bezig houden en de resultaten daarvan zullen jullie dan zien in mijn verzoek om crowd funding en jullie krijgen dan ook de kans om reeds voor in te tekenen om het boek tegen een gereduceerde prijs aan te schaffen. Deze mailing opzetten wordt ook nog een hele klus en deze gaat dan ook eerst naar een “pilot groep” worden gestuurd. Hiervoor hebben zich ook al een aantal vrijwilligers gemeld en die worden aangevuld met een clubje dat daar bij uitstek geschikt voor is.

Ik heb ook reeds besloten dat er foto’s in het boek gaan komen. Tijdens mijn reis heb ik er meer dan 600 gemaakt en dat aantal moet worden teruggebracht naar ongeveer 40. En deze 40 moeten dan omgezet worden van kleur naar zwart wit. Ook hier heb ik geen idee van hoe dat moet. Dat is ook weer een project voor de komende weken.

Jullie zien dus dat ik voorlopig nog wel even bezig ben, maar het is verschrikkelijk leuk om te doen. Ik hou jullie op de hoogte. Voor nu in elk geval hele fijne feestdagen toegewenst en het allerbeste voor 2016.

Hulpvragen:

-       Wie is erg goed in Word: speciale tekens, automatisch maken van inhoudsopgave, enz.

-       Wie kan in Iphoto foto’s van kleur omzetten naar zwart wit.

Er komt een boek

Zoals de titel van dit artikel al aangeeft krijgen jullie allemaal je zin. Al tijdens mijn tocht naar Santiago en ook nadat ik ben teruggekeerd, nu alweer meer dan zeven weken geleden, heb ik zoveel reacties gehad dat ik er eigenlijk niet meer omheen kan.

Deze reacties waren altijd positief. Dat was erg leuk. Maar ook heel vaak leken het wel hints. En deze waren altijd erg duidelijk geformuleerd: Ga je nu ook een boek schrijven? Wanneer komt je boek uit? Is het nu echt zoveel werk om er ook een boek van te maken? Leuk dat je nu al zoveel hebt geschreven; nu is het boek zeker zo klaar? En nog meer van dit soort verwachtingsvolle vragen en suggesties.

Dus heb ik afgelopen periode besteed om me te oriënteren op de schrijvers -, uitgevers - en boekenmarkt. Ik heb gesprekken gevoerd met mensen uit de boekhandel en met bekenden, die al eens een boek hebben geschreven en hebben uitgegeven. En deze personen wilden mij allemaal graag helpen. Ook wezen ze mij op een aantal zeer bruikbare internet pagina’s. Er werd zelfs al spontaan specialistische hulp aangeboden. Deze gesprekken en adviezen hebben me in elk geval reeds behoed voor een groot aantal beginnersfouten. Hiervoor alvast mijn dank aan alle betrokkenen.

Er opende zich, en doet dat het nog steeds, een hele nieuwe wereld voor mij. En deze nieuwe wereld bezorgde me al direct een groot aantal vragen zoals: Wat wordt het voor een boek? Ga je het in eigen beheer uitgeven of via een uitgever? Wat is de oplage? Welke papiersoort ga je gebruiken? Komen er ook foto’s in? Laat je het nog redigeren door bijv. een journalist? Welk lettertype? Hoe gaat de kaft er uit zien? Ga je die zelf ontwerpen? Hoe gaat het boek heten? Schrijf je het in het Nederlands of in het Engels? Wat gaat het kosten? Enz. enz. enz. Vragen, vragen en nog eens vragen.

Al deze vragen heb ik op een rijtje proberen te zetten en het viel niet mee om ze allemaal te ordenen. En als jullie het voorgaande gelezen hebben weten jullie dat ik er nu al de nodige uren in heb zitten. Ook die ga ik proberen bij te houden, want schrijven is volhouden, doorzetten, monnikenwerk en nog veel meer van dit soort kreten.

Uit al het bovenstaande ben ik tot de conclusie gekomen dat het niet alleen heel veel werk is maar dat het ook een lieve duit gaat kosten. En omdat jullie allemaal zo enthousiast zijn denk ik dat ik ook hier gepast gebruik van ga maken. In deze tijd vliegt het woord “crowd funding” regelmatig door de diverse (social) media. Dus ben ik me ook hier op gaan oriënteren en heb ik reeds met een aantal specialisten gesproken. En die hebben me al een aantal zeer bruikbare ideeën aan de hand gedaan.

Ik hoop dat ik met dit schrijven in elk geval de vraag of ik een boek ga schrijven duidelijk heb beantwoord. En nu ik dit zo schrijf merk ik dat ik ook voor dit project al behoorlijk enthousiast aan het worden ben en ik hoop dat het mij inderdaad gaat lukken om over mijn Spaans avontuur een boek te schrijven. Ook hiervan ga ik jullie vanaf nu dus regelmatig op de hoogte houden.

Evaluatie Santiago 2014 en 2015

De evaluatie, die ik heb gemaakt na mijn eerste 400 kilometer op weg naar Santiago, om precies te zijn van Saint Jean Pied de Port naar Carrion de los Condes in 2014, is tot mijn verbazing bijna 21.000 keer gelezen op het moment dat ik dit schrijf. Ja jullie lezen het goed: eenentwintigduizend keer. Kennelijk heb ik in een behoefte voorzien en als ik er over nadenk snap ik dit ook wel omdat ik zelf bij mijn voorbereiding hartstochtelijk naar zo’n artikel heb gezocht en het nergens heb kunnen vinden. Ik heb toen besloten om dan in elk geval voor mezelf zo’n evaluatie op papier te zetten om er van te kunnen leren voor mijn resterende 420 kilometer.

Hetzelfde ga ik nu weer doen. D.w.z.: Ik heb het evaluatie artikel van 2014 genomen en daar mijn ervaringen uit 2015 aan toegevoegd. Voor mijzelf levert dit een totaal beeld op van mijn hele reis. Ook dit artikel zet ik op mijn blog en ik hoop dat het net zoveel gelezen zal worden als mijn evaluatie over 2014.

 Zoals gezegd. In dit artikel ga ik uit van mijn evaluatie van 2014 en heb daar cursief mijn ervaringen uit 2015 aan toegevoegd.

Mocht een van de lezers zelf besluiten om deze tocht te ondernemen, dan kan betreffende lezer(es) in elk geval uit dit verhaal halen wat voor hem/haar belangrijk is.

 Meest waarschijnlijke oorzaak van mijn blaren in 2014.

Helemaal zeker weet je het natuurlijk nooit, maar na een groot aantal gesprekken met andere peregrinos en kijkend naar het blarenpatroon (totaal 11) op mijn voeten denk ik toch dat ik een hoofdoorzaak aan kan wijzen.

Mijn looptrainingen waren nooit langer dan 6 a 7 uur. Mijn hittetrainingen in de Pyreneeën tijdens mijn vakantie 4 a 5 uur. In Spanje en ook op de meseta heb ik dagen van soms wel 9 uur gemaakt. Wanneer de temperatuur niet te hoog is gaat dit nog wel, maar over de eindeloos lange stukken op hoogte (en lang waren ze) in de zon zetten je voeten extra uit. Dit kon ik opmaken uit de blaren die ik op elk van de middelste 3 tenen van zowel mijn linker als rechtervoet zijn verschenen. De blaren onder mijn voet konden ontstaan door de extreme hitte gedurende langere tijd en het niet (tijdig) wisselen van sokken.

Voor 2015 heb ik nieuwe schoenen aangeschaft, die een halve maat groter waren. Ook heb ik besloten per dag minder te lopen. Beiden zijn goed bevallen. De schoenen zaten geweldig en ik heb geen enkele blaar gelopen. Ook heb ik bij erg warm weer tijdens de rust sokken gewisseld. De schoenen heb ik bijna 700 kilometer ingelopen. Een rustdag heb ik niet hoeven te nemen. Wel heb ik drie dagen veel minder gelopen.  Voor de oorzaken hiervan, zie verderop in dit artikel. 

 Bonus

Het zijn er twee: Gewicht van mezelf en van mijn rugzak.

Gewicht van mijzelf.

Mijn startgewicht in 2014 was 86kg. Ik wist dat daar wel wat vanaf zou gaan maar dat mijn eindgewicht na 15 marsdagen 82kg zou zijn verbaasde mij ook. Zeker als ik kijk naar wat ik allemaal naar binnen heb gewerkt.  4 kg eraf vind ik niet gek.

 Mijn startgewicht in 2015 was 85kg en  bij aankomst thuis in Venlo 82kg. Dus dit jaar ook weer 3kg afgenomen.  Ook dit jaar heb ik bijna elke avond het peregrinodiner gegeten. Bovendien ook consequent om 17.30 geaperitieft en verder heb ik onderweg gegeten waar ik trek in had. Je verbrand dus best wat calorieen onderweg.

Gewicht rugzak (excl. water).

Bij de weging toen ik vertrok in 2014 was deze bijna 12kg. Toen mijn rugzak op het vliegveld in Madrid gewogen werd om in te checken voor de terugreis was deze nog maar 10kg. Toch van aardig wat spullen afscheid genomen. 2kg minder en ik heb nog genoeg ideeën hoe het nog minder kan.

 In 2015 woog mijn rugzak bij vertrek 10kg en bij terugkomst nog 9,5. Ruwweg kan ik zeggen dat ik dus in 2015 met 2kg minder op mijn rug heb gelopen. Hoe dat komt lezen jullie bij de detailinformatie verder in dit artikel. In elk geval heb ik mijn geode voornemen uit 2014 waargemaakt.

 Super bonus

Ik ben Katja nog dankbaar dat ze met het idee van een blog kwam, dit uitwerkte voor mij en ook nog dat ze me zover kreeg er mee te oefenen. Toen ik in 2014 aan de camino begonnen was tolde het in mijn hoofd van de indrukken en ervaringen, die ik op deze manier kon delen. Ik weet niet hoe het anders gegaan zou zijn. ’s Avonds trilden mijn vingers vaak zo, dat ik moeilijk in mijn schrift kon schrijven. Nu werd het blog voor mij een uitlaatklep, die ook nog hooglijk werd gewaardeerd. Niet alleen door het thuisfront en vrienden, maar ook door de collega peregrino’s. Ik heb mijn blog gezien in het Engels, Frans, Duits en Koreaans. In de eerste 3 talen goed leesbaar, al verdween de humor er wel uit, in het Koreaans was het volgens kenner Li-hyun onzin. Met name waren er vertaalproblemen als ik in het Venloos schreef en bij Nederlandse uitdrukkingen.

Soms werd er door de collega’s gezegd: “Zit je nu alweer te werken?”. Zo heb ik het echter nooit ervaren. Ik heb het met heel veel plezier gedaan en zoals ik al zei. Het was voor mij de ideale uitlaatklep. Nogmaals hartstikke bedankt Katja.

Doordat ik in 2015 gemiddeld per dag 1 ½ a 2 uur minder liep had ik in principe meer tijd voor mijn blog. Ik heb geprobeerd, en het is me ook gelukt, om in elke plaats met een internet op de computer mijn blog te schrijven. Medeperegrinos’s hielpen ook dit jaar weer om een computer te vinden. Maar ook in 2015 heb ik soms lang moeten zoeken en er zelfs taxiritten voor gemaakt. Mocht ik nogmaals zo’n reis maken dan neem ik toch een Ipad mee. Vrijwel overal was wifi aanwezig. Ook in 2015 kreeg ik steeds alleen maar leuke en positieve reacties op mijn blog van medeperegrinos.

 

 Wat ging goed

-       Intensieve voorbereiding. Veel gelezen en met ervaringsdeskundigen gesproken. Eigenlijk geen negatieve verrassingen tegengekomen.

Voor 2015 heb ik nog meer gelezen en nog meer kilometers, bijna 700km, gelopen ter voorbereiding. Totaal nergens last van gehad en weer geen negatieve ervaringen gehad.

-       Hulptroepen in Spanje. Voor mij een rustgevend gevoel dat ik in Spanje twee oud collega’s van NAVTEQ had, die mij graag wilden helpen en dit dus ook deden toen ik hen nodig had voor vragen over mijn thuisreis. Klasse Maribel en Pablo.

Ook in 2015 was dit zo. Met name dat rustgevend gevoel dat er mensen in het land klaar staan om je, indien nodig, te helpen. Ook nu weer bedankt Maribel en Pablo.

-       Wandelgids. De keuze was vrijwel onbeperkt (meer dan 100). Dus was het noodzakelijk te bepalen wat echt belangrijk is voor jezelf. Dit waren mijn eisen: 1. Duidelijke etappe-indeling. 2. Duidelijke geografische kaartjes. 3. Afstanden in tijd en kms tussen de dorpen. 4. Hoogte profiel  van de etappe. 5. Locaties albergues. 6. Handzaam formaat (moest in mijn broekzak passen). Ik heb uiteindelijk gekozen voor de Rother Wandelgids van Cordula Rabe. Dit bleek in de praktijk prima te functioneren. Het was ook de meest gebruikte gids, die ik onderweg bij andere pelgrims heb gezien.

In 2015 met dezelfde gids gelopen en als extra eis voeg ik eraan toe: 7. Goede kwaliteit papier en goed gebonden. Met name belangrijk wanneer je langere tijd in de regen loopt. De gids moet ook deze omstandigheden overleven. En dat heeft mijn wandelgids voortreffelijk gedaan.

-       500 km training voor de echte start. Je weet je cadans al met al die kilo’s op je nek. Echter in Nederland kun je nooit de echte omstandigheden nabootsen. Op mijn leeftijd is training een echte noodzaak. Ik heb onderweg genoeg ellende gezien van mensen, die niet getraind bleken te hebben.

In 2015 dus bijna 700 kilometer, waarbij de Vierdaagse van Nijmegen een hele mooie laatste voorbereiding was: Dagen achter elkaar in de warmte lopen. En ook dit jaar weer veel ellende gezien van mensen, die niet goed waren voorbereid. De gelegenheidsperegrinos van de laatste kilometers laat ik zelfs helemaal buiten beschouwing. Dit was soms lachwekkend en genant om te zien.

-       4 x 4 uur training in de hitte in juni in de Pyreneeën tijdens onze vakantie. Heeft mij geleerd geregeld te drinken en dat kwam goed van pas tijdens de echte tocht.

Heb ik ook in 2015 gedaan en tijdens de Vierdaagse was het ook behoorlijk warm en kwam ook dit jaar goed van pas.

 -       Oefenen met mijn blog, voorafgaande aan de echte reis. Dat was erg handig. Ik kon me nu vol concentreren op mijn verhaal en de vreemde keyboards.Bijv.: @ is op een Spaans keyboard: alt64 of cmd2. Verzin dat maar eens.

Ik heb het hele jaar door mijn artikelen geschreven en inderdaad de keyboards waren ook dit jaar in Spanje weer anders dan de USA-Engelse querty keyboards, die wij in Nederland meestal gebruiken. Maar het is altijd gelukt.

-       ’s Morgens op tijd starten. Dit is erg goed bevallen. Het voorkwam veel hitte later op de dag, doordat ik altijd redelijk vroeg op mijn bestemming was). 

In 2015 gemiddeld een uur per dag later gestart: meestal tussen zeven uur en half acht. Doordat ik per dag minder liep was ik toch ook altijd weer op tijd op mijn bestemming met als voordeel: niet te heet tijdens het lopen en altijd direct een slaapplaats gevonden. Zag soms peregrinos wel eens na zes uur binnenkomen in de hitte. Die waren bijna gekookt. Heb ook nooit hun planning of schema begrepen.

 -       ’s Morgens weg op bananen en/of powerbar en pas in eerstvolgende dorp ontbijten. Ook erg goed bevallen: De kop is er dan af en je “systeem” is op gang.

Heb ik in 2015 niet consequent gedaan. Hoofdoorzaak hiervan was mijn Franse loopmaatje Jean Christoph, die absoluut niet zonder ontbijt kon of wilde. Vooral zijn gezicht bij de eerste kop koffie was er een om in te lijsten.

-       Aanhouden etappes van gids. Gaf rust. Dit ging goed zolang het niet te heet was. Voor langere etappes op de hete dagen zie: Wat moet anders.

Dit heb ik in 2015 niet meer gedaan. Mijn streef aantal kilometers was 20km per dag. Daar heb ik me vrijwel altijd aan gehouden. Uiteindelijk heb ik dit jaar gemiddeld 22,0 km per dag gelopen tegenover 25,2 km in 2014. Niet eens zo’n groot verschil. Dit versterkt mijn mening dat de oorzaken van mijn blaren in 2014 mijn schoenen en het niet tijdig wisselen van sokken moeten zijn geweest.

-       Bed uitzoeken. Als je tenminste geen bed krijgt aangewezen. Hier moet je nooit moeilijk over doen. Het is immers toch maar voor een nacht. Mijn criteria (3): 1. onderbed, 2. dichtbij toiletten en 3. Zo mogelijk in rechte lijn er naar toe. Is eigenlijk altijd prima gelukt.

Ook in 2015 consequent volgehouden en dit is ook altijd goed gegaan.

 -       Anderen laten discussiëren en zelf gewoon achter de meute aansjouwen indien nodig. Je kunt je druk maken om allerlei details, die er niet toe doen, maar dat is zonde van de energie. Wat er bepraat wordt gewoon afwegen: Past dit min of meer in mijn plaatje. Zo ja, hobbel maar mee. Zo nee, trek dan je eigen plan.

Ook in 2015 toegepast. Gebeurde dit jaar veel minder dan in 2014.

-       Camelbak. Een geweldige vinding. 3 dagen voor vertrek aangeschaft, heeft hij me trouw gediend. Water bleef nog koel ook. Je moest alleen goed in de gaten houden hoeveel er nog (ongeveer) inzat. Ik had een extra ½ ltr flesje water bij me om; 1. De camelbak mee te vullen en 2. Om anderen te helpen.

Idem in 2015. Vooral op de lange hete stukken op de meseta.

-       Windjack. Mocht ik lenen van Ine. Had er ook mee geoefend. Prima water- en winddicht, behalve die keer dat ik voorover in het riviertje ben gevallen.

In 2015 de eerste 15 dagen niet gedragen, maar daarna kwam het goed van pas. Met name de winddichtheid was erg belangrijk.

-       Fleece jack. Prima voor koele avonden. Samen met het windjack een goede winterjas.

In 2015 vooral op de grotere hoogten in Galicie elke dag gebruikt. Bij zonsondergang koelde het razendsnel af. Nooit nodig gehad in combinatie met windjack.

-       Poncho. Deed het prima die dag dat het zo hard regende en hagelde.

In 2015 meerdere dagen achter elkaar nodig gehad. Was iets aan de korte kant. Een poncho moet zeker tot aan de knieen komen.

-       Lakenzak. Had ik gekocht tegen mogelijke bedwantsen, maar die heb ik niet gezien of gevoeld. Eigenlijk heb ik alleen maar in mijn lakenzak geslapen. Bovendien lagen in elke albergue extra dekens.

Ook deze keer geen bedwantsen tegen gekomen. Lakenzak heb ik de eerste twee weken alleen gebruikt. Was warm genoeg. Slaapzak alleen maar de laatste week omdat er toen niet altijd genoeg dekens waren.

-       Tekentang. Geruststelling dat ik ze bij me had. Heb ik niet hoeven te gebruiken. Anderen ook niet voor zover ik heb begrepen.

Ook in 2015 geen teken, maar wel fijn dat ik ze weer bij me had.

-       Zakmes en opinelmes. Heb ik beiden gebruikt. Volgend jaar weer.

Ook in 2015 weer gebruikt. Jean Christoph vond het geweldig dat ik een opinel mes had. Vertelde het dan ook aan iedereen.

-       5 waspinnen. Was een goede zet. Soms waaide het zo hard dat de was van de draad waaide. Heb ik nooit last van gehad. Ik moest alleen creatief zijn als ook mijn vochtige was van de vorige dag er nog bij moest.

In 2015 heb ik er 6 meegenomen. Was gemakkelijker. Maar creativiteit bleef vereist bij een was van twee dagen.

 -       Stokken. Geweldig voor steile afdalingen. Ik had er niet mee geoefend maar kon er gelijk goed mee overweg. Heb ik ook gebruikt voor de lange stukken op de steenslagpaden.

In 2015 heb ik de stokken alleen maar gebruikt bij de steile afdalingen.

-       Extra ½ liter fles water. Zie camelbak.

Had ik in 2015 ook altijd bij me.

-       Alles op vaste plekken opbergen. Je was vaak in het donker in je rugzak aan het grabbelen. Zeker toen ik geen lampje meer had.

In 2015 idem.

-       Hoge wandelschoenen. Voor mij absoluut noodzakelijk zeker waar het erg oneffen was en er grote keien (los) op je pad lagen.

Mijn nieuwe schoenen voor 2015 waren ook weer hoge. Erg oneffen paden en grote keien ben ik ook nu weer regelmatig tegengekomen.

-       Hoedje, zat lekker en waaide niet af. Bovendien goede bescherming rondom tegen de zon.

Hetzelfde hoedje in 2015. Prima.

-        Toiletartikelen, alleen het absolute minimum. Halve tube scheerzeep, scheerkwast en 1 (een) scheermesje is ruim voldoende. Ik scheer me toch niet elke dag. Deodorant. Absoluut noodzakelijk want stinken doe je zo. After shave. Ik had wat kleine monsterflesjes opgespaard. Voordelen: beslaan erg weinig ruimte en je hebt verschillende geuren. En natuurlijk een nagelknipper. Shampoo in een klein flesje. Kun je (bijna) overal kopen in kleine flesjes. Met shampoo kun je trouwens ook erg goed wassen want de was gaat er heerlijk van ruiken. Of de vlekken er ook uitgaan is volstrekt secundair.

In 2015 precies hetzelfde gedaan

-        Naaigerei. Het absolute minimum. Gewoon zo'n setje dat je wel eens op hotelkamers vindt. Voldoet prima.

Ook in 2015 meegenomen.

Wat moet anders

-       Lichte led hoofdlamp. Had zo’n goedkope van de Xenos met 3 batterijen. Veel zwaarder en lomper.

Lichtere lamp van 2015 werkte prima.

-       Max 3 onderbroeken. Had er 4 bij me. Is teveel zeker als je de discipline hebt om elke dag te wassen. De nieuwe zullen zijn van lichte stof (droogt sneller).

In 2015 toch weer 4 meegenomen maar van veel lichtere syntetische stof. Heb ik ook altijd mee getraind. Zaten prettig, waren lichter en veel sneller droog. Met 4 was ik toch geruster, met name in de laatste week toen het zo regende. De angst dat je in een albergue zonder wasmachine en wasdroger terecht komt was nu veel minder.

-       Max 3 shirts. Idem als onderbroeken.

Inderdaad 3 shirts van syntetische stof en 3 verschillende kleuren. Zien andere peregrinos dat je schoon spul aan hebt. Hebben alleen wat schuurplekken opgelopen van rugzak.

-       Alleen lakenzak mee. Dikkere slaapzak hoeft niet. Er zijn altijd wel dekens

Toch in 2015 slaapzak meegenomen. Er waren inderdaad dekens, maar toen het kouder begon te worden waren er ook wel eens niet genoeg dekens.

 -       Kleinere etappes (max 20km, dus max 5 a 6 uur lopen, scheelt per dag 2 a 3 uur die ik kan gebruiken voor extra rust en/of blog)

Heb ik dus gedaan in 2015. Geeft inderdaad meer rust. En paste gewoon beter bij mijn fysiek.

-       Looptraining. Mogelijk volgend jaar in juli de Nijmeegse Vierdaagse toevoegen. 120km in 4 dagen voor het kruisje (zonder bepakking). Oefen ik ook het dagen achter elkaar lopen.

Vierdaagse heb ik in 2015 dus gedaan. Zo haalde ik ook een groter totaal aantal trainings kilometers en het was nog erg gezellig ook. Bovendien trainede je de lange caminodagen.

 -       Rustdag 1x per 5 a 6 dagen (afhankelijk van gebied en plaats waar je doorheen komt). Een rustdag betekent in de praktijk dat ik dan ongeveer 10 km zal lopen. Op mijn leeftijd een dag niet lopen, dan ga je tekenen van lijkstijfheid vertonen.

Zo heb ik het in 2015 dus ook gedaan. Drie dagen heb ik een kortere afstand gelopen. Vooral mede veroorzaakt door de omstandigheden. De eerste maal door hevige regenval en onweer. De tweede keer omdat het steil omhoog was naar OCebreiro, maar toen had ik de dag ervoor extra kilometers gelopen en de derde keer heb ik de afslag naar Pedrouzo gemist en daardoor ook extra kilometers om (Mourantan), het vliegveld van Santiago, gelopen.

-       Geen zouttabletten meer (kun je overal kopen)

In 2015 niet meer meegenomen. Het eten was veelal ook met extra zout bereid. Bocadillo con jamon was ook behoorlijk zout.

-       Geen otrivin meer

In 2015 niet meer meegenomen.

-       Mogelijk stel goede open “loopsandalen” voor op makkelijker terrein. Heb ik een aantal peregrino’s zien doen en het beviel hun goed.

Heb ik uiteindelijk toch niet meegenomen in 2015 en ik heb ze ook niet gemist.

-       Max 3 powerbars bij start (kun je overal kopen)

Had er ook maar 3 bij me in 2015.

-       Max 1 klein flesje shampoo (kun je overal kopen) en je kunt er ook mee wassen.

Was inderdaad genoeg in 2015.

 -       Geen extra camera meer mee. Iphone werkt feilloos en je kunt met app snel foto’s uploaden.

In 2015 geen camera meer meegenomen. Iphone werkte perfect.

-        Sokken. Alleen nog maar dikkere sokken. Beide dunne paren kapot gelopen tijdens heuvelachtige trajecten. 4 paar, zodat, wanneer nodig ik overdag ook nog een keer schone droge sokken aan kan trekken.

Inderdaad 4 paar dikkere sokken meegenomen. Geen gaten gelopen.

-        Broekriem. Was lekker licht maar bleef niet op gewenste lengte. Volgend keer andere riem met betere sluiting.

Gewoon leren riem meegenomen. Heeft het prima gedaan. Heeft wel afgegeven op mijn broeken.

 Nieuw aanschaffen

-       Hoge wandelschoenen. Heb ik gedaan. ½ maat groter. Ze zaten heerlijk.

-       Open wandelsandalen. Niet aangeschaft

-       3x dun loopshirt. Aangeschaft

-       3x dunne onderbroek. 4 meegenomen.

-       1x afritsbare broek dunne stof. Een dunne afritsbare broek extra aangeschaft. Totaal had ik er twee bij me. Ruim voldoende,

-       Led hoofdlamp. Aangeschaft.

-       Broekriem. Niet aangeschaft. Leren riem gebruikt.

En ook in 2015 weer: Met dank voor jullie aandacht. Benieuwd hoe vaak het dit jaar gelezen wordt.

Santiago – Venlo. Naar huis

Om acht uur gaat de wekker. Ik heb erg goed geslapen, zeker ook nu ik het extra raam heb dichtgedraaid. Gisteravond nog maar heel eventjes liggen mijmeren in mijn bedje. Zo deel je met vier maatjes lief en leed en zo ben je weer alleen. Maar heel gauw naar huis. Naar Ine en de kids en de muppets en Bo’tje natuurlijk.

Na het scheren (mesje wordt nu toch wel heel erg bot) en douchen weer naar de overkant, naar Paradiso, naar die lieve mevrouw met dat lekkere ontbijt. Gelukkig is ze er weer en ze herkent me. Maar weer hetzelfde van gisteren besteld, want dat was lekker. Tijdens het ontbijt zit ik te denken wat ik zal doen vandaag, maar dan krijg ik een, vind ik zelf, geniale inval. IK ga na het ontbijt mijn rugzak reisklaar maken en dan direct door naar het vliegveld want daar hebben ze internet en terwijl ik zit te wachten kan ik dan mijn blog schrijven.

Helaas kan ik Pablo in Santiago niet meer zien. Ik schrijf hem een email en zal hem maandag opbellen om hem nog eens persoonlijk te bedanken dat hij mijn guardian angel in Santiago heeft willen zijn.

Als ik zit te ontbijten komt ineens Judy uit Bordeaux binnen met haar Amerikaanse caminomaatjes. We halen samen nog een aantal herinneringen op en komen beide tot de conclusie dat het toch een geweldige ervaring is. Ook zij had de dienst in de kerk als teleurstellend (disappointing) ervaren na de hele camino. Alleen had bij haar dienst wel de botafumero door de kerk gevlogen.

We zeggen elkaar adios en ik ga mijn spullen bij elkaar pakken. D.w.z. de rugzak moet weer van de “peregrinostand” in de “luchtvrachtstand”. Ik heb ook geen zin meer om eerst naar de bus te lopen en dan naar het vliegveld te gaan. Ik ga een taxi nemen en dat ga ik doen vlakbij het kathedraalplein. Misschien kom ik nog wel mensen tegen, die ook die kant op moeten. Kunnen we de kosten delen. Maar dat feest gaat niet door. Dus alleen in de taxi. Vaste prijs EU 21,-. De chauffeur spreekt gebrekkig Engels, maar samen hebben we met handen en voeten toch een aardige conversatie. Dat de Galiciers op zijn Spaans “easy going” zijn, dat Galicie zo’n prachtig land is en als ik vertel dat ik ook pulpo heb gegeten kan ik niet meer stuk bij hem.

Op het vliegveld direct op zoek naar een internet terminal, maar kan er nergens een vinden. Dan maar naar de informatiebalie. En met het schaamrood op de kaken bekent de aardige dame mij dat deze internationale airport geen internet terminal heeft. Ik kan wel gratis een half uur wifi krijgen. Het is maar goed dat mijn riem stevig om mijn lijf zit want anders was mijn broek spontaan afgezakt. Shit, shit, shit. Had ik toch beter in Santiago in een internet shop kunnen gaan zitten schrijven g$%$#@$!! Een internationaal vliegveld zonder internet terminal ben ik nog niet tegengekomen in mijn professionele leven.

Dan maar mijn rugzak laten inwrappen. Dat apparaat hebben ze hier gelukkig wel. Ze doen het hier voor EU 9,70. Vooruit dan maar. Bij de incheckbalie weegt mijn rugzak nog maar 9,5 kg. Weer een pond eraf, waarvan twee ons door die maaskei, die ik bij het Cruz de Ferro heb achtergelaten. Ik heb toch nog een rondje gelopen of er toch nog stiekem ergens een internet terminal stond maar inderdaad. Niets, nada.

Door security. Had ook maar vast de schoenen uitgedaan. Toch gaat dat apparaat weer piepen. Wordt ik apart genomen en begint zo’n securityvogel met een papiertje over mijn handen, kleding, horloge, enz. te vegen. Daarna stopt hij het in een machientje  en warempel. Ik krijg groen licht. Bij taxfree nog een fles orujo gekocht om Ine van dat spul te laten proeven. Zit hier maar 40% op. Op die zelfgestookte die ik heb gedronken 53%. Benieuwd naar het verschil.

Ook achter de douane is geen internet terminal en toen ben ik op mijn Iphone maar al mijn foto’s gaan terugkijken. De hele tocht komt weer voorbij. Waar ben ik allemaal geweest! Wat heb ik allemaal gezien!

Het boarden gaat zonder problemen. Honger heb ik ook niet in het vliegtuig, dus eet ik mijn laatste twee energierepen maar op. De vlucht zelf verloopt ook rustig. Om vier uur land ik op Dusseldorf. Als ik door de terminal naar de bagageband loop zie ik overal internet terminals. Ik kan wel janken.

Buiten staan Ine en Gijs te wachten. Ik ben blij dat ik ze zie. Ik krijg onmiddellijk van Ine te horen dat we vanavond samen gaan eten. Chinees? Want dat heb ik al 3 weken niet gehad. Nee sjieker, want vandaag bestaat haar pedicurebedrijfje 30 jaar. Helemaal vergeten. En daarna gaan we naar de Nach van het Limburgs Leed, want daar spelen Minsekinder en Jongk Belaege (ik ben benieuwd hoe al deze termen in het Engels en Frans worden vertaald op mijn blog). Kortom, ik zal weer de werkelijkheid in worden gesmeten. Thuis ziet de badkamer er al heel aardig uit, maar ik realiseer me dat ik in dit luxe appartement niet kan douchen en dat kon ik in de meest primitieve albergue wel! Gelukkig verandert dit heel snel.

En morgen is de ouverture in Venlo. En dan zingt Venlona. Maar zonder mij. Ik ga wel luisteren. Vorige keer had ik een week nodig om te “landen”. Benieuwd hoe lang het deze keer duurt.Ik heb een geweldige reis gehad. Niet te geloven dat dit meer dan vijftig jaar na je droom zo allemaal uit kan komen.

36e etappe. Dag van Finisterre

Eigenlijk is dit geen etappe, want ik hoef nauwelijks te lopen. Vandaag gaat voor mij pas om acht uur de wekker, maar die had ik ook hard nodig anders had ik gewoon doorgesnurkt na een toch wel weer aparte en, zeker het eerste deel, onrustige nacht.

Mijn kamer blijkt te liggen net boven de binnenplaats van een gezellig café en dat kan ik goed horen. Met nog steeds vochtige ogen, wat wordt ik toch een sentimentele ouwe zak,  probeer ik te slapen, maar het is best wel veel herrie en pas morgen zal ik ontdekken dat ik nog een extra venster had kunnen sluiten dat het geluid goed buiten hield. Maar ja, Chris en techniek.

Terwijl ik zo wakker lig draai ik de hele film nog eens terug. Al die kilometers in zon en regen. De landschappen, de dorpjes, enz., enz., enz. Al die verschillende mensen die ik heb ontmoet, die bevolking, die zo aardig is. Ook vraag ik me af wat ik vandaag ga zien in Finisterre (einde van de oude wereld).

Dan probeer ik maar wat foto’s te uploaden, maar wifi slaapt blijkbaar ook want na twintig minuten heb ik nog geen enkele foto kunnen uploaden.

Bij vlagen hoor ik tot drie uur de drukke geluiden van het uitgaansleven. Als deze zijn uitgestorven worden ze afgelost door de vuilnismannen. Die zijn luid en duidelijk bezig met het omkeren van vuilnisbakken met vooral flessen in hun karren. Veel gerinkel dus. Dat duurt ook een stief kwartiertje en net als ik weer even sluimer komt de aflossing in de vorm van autootjes van de gemeentereiniging, die de straten schoonvegen en spuiten. Ja, dat moet ook gebeuren. Eindelijk rond vier uur keert de rust weer en ik moet dus verder goed hebben geslapen als ik pas door de wekker wordt gewekt.

Opstaan, scheren, douchen, aankleden en de straat op om te zoeken naar een ontbijttent. Die wordt me gewezen aan de overkant. Paradiso heet dat ding en via een lange smalle gang kom ik ook uit in een paradijsje. Veel flessen, koper, spiegels, enz. En een heel lieve dame, die voor mij ontbijt gaat maken. Cafeo con leche, twee tostados en een glas verse zumo de naranja. Dit was echt lekker. EU 7,-. Ja, want we zijn weer in de stad.

Om half tien heb ik met Maeve afgesproken op het terrein voor de kathedraal. We treffen elkaar en gaan op weg naar een plein waar we bus lijn 5 moeten hebben naar het grote busstation. Hier vertrekt de bus naar Finisterre. Een rit van drie uur voor net 100 km. Om kwart over tien zijn we er. Ruim voor de twintig voor elf, die we hadden opgekregen. Echter deze informatie was fout. De bus was al om tien uur vertrokken en de volgende gaat pas om 13.00 uur. Ik wil per se mee, want deze plek hoorde ook bij mijn camino. In eerste instantie had ik besloten om ook deze laatste honderd kilometer te lopen, maar vorig jaar tijdesn de camino heb ik zo vaak gehoord van mensen, die het hebben geleopen, dat het na Santiago een anticlimax is. Aantal albergues is beperkt, stemming is heel anders, enz. Dus heb ik tijdens mijn planning van dit jaar reeds besloten om de tocht naar Finisterre per bus te maken.

Maeve besluit in de stad te blijven, want als getraind marathonloopster wil ze ook hier nog enkele kilometers maken. Toch hebben we samen nog een uur lekker kletsend door de buitenwijk gelopen. Twee grote onderwerpen. Als eerste de mis van gisteren. Als katholiek opgevoed meisje in Ierland, 36 jaar jonger als ik, heeft ze ook nog steeds grote moeite met de manier waarop meneer pastoor gisteren de mis deed. Als tweede valt het me op hoe gepassioneerd en enthousiast ze over haar werk als huisarts kan vertellen (nee, beslist niet gezondigd tegen de geheimhoudingsplicht van artsen over individuele patiënten ). Als ik haar zo hoor praten realiseer ik me dat ik zelden iemand ben tegengekomen, die zo het voor haar juiste beroep heeft gekozen. Volgens mij wordt het een hele goeie en ik beveel haar aan bij al mijn familie, vrienden en bekenden.

We spreken af dat we elkaar om kwart over tien weer op het plein voor de kathedraal zullen ontmoeten voor ons laatste diner, want ook zij vliegt morgen naar huis. In het busstation retourticket Finisterre kopen (EU 23,40) en gaan zitten wachten. En dan heb ik toch nog een beetje geluk. Het busstation heeft gratis wifi en nog heel snel ook. In een uur haal ik mijn volledige achterstand aan uploaden van foto’s in. Weer een zorg minder. Dan is het half een en ga ik op zoek naar mijn bus. Het nummer van de bus dat op mijn kaartje staat klopt niet met het nummer op de bus en met nog een aantal andere peregrinos stappen we toch maar in. Gelukkig blijkt het de goede bus te zijn.

In de bus ontdek ik een nieuw verkeersbord: verboden met blote voeten in de bus te zitten. De rit zelf is prachtig. Door een groot aantal dorpjes en dorpen, het laatste deel via de kustlijn gaat het via Noia, Muros en Cee naar Fisterra. Het is laag water. Overal zie je bootjes op het droge liggen. Ook kan ik op enkele plekken de kweekvijvers van de pulpo zien liggen. Aan het aantal kweekvijvers te zien moet hier in Galicie een enorme hoeveelheid pulpo worden gegeten.

Als ik om vier uur aankom heb ik best honger dus op zoek naar een tent waar ik “iets uit de zee” kan eten. Ik heb best trek in paella. Kom ik bij een speciaal restaurant terecht. Blijkt een bib gourmand van Michelin te hebben, maar heeft naast diverse aquaria ook een gokkast, bovendien staat de TV ook gewoon aan. Dat had ik nog nooit gezien. Kan dus blijkbaar ook. Helaas paella vanaf twee personen. Dan maar mejillones el vapor en vooraf een empenada met zeevruchten (heerlijk). En die mosselen zijn de grootste en de lekkerste, die ik ooit heb gegeten. Samen met mijn eerste vino blanco de la casa op de camino en koffie toe. Alles voor EU 18,40.

Daarna het dorpje in om cadeautjes voor de familie te kopen. Dat wilde ik perse hier doen. Kan ik zeggen dat ik voor hun cadeautjes helemaal naar het einde van de wereld ben gereisd. Ook heb ik in de laatste albergue nog hun stempel laten zetten in mijn credential (stempelkaart).

Daarna nog even op een terras gezeten met een vino blanco. Komt in een keer Marco uit Sao Paulo op mij afgelopen. Of ik hem nog kan herinneren en meteen tovert hij de foto uit zijn iphone waar we samen opstaan met Mercedes in Vega de  Valcarce. Hij liep minstens 30km per dag en was helemaal naar hier doorgelopen. Morgen zou hij terug naar Santiago gaan.

Om zeven uur weer in de bus terug. Bij langzaam ondergaande zon rijden we weer langs de kust terug. Prachtige gezichten en ik zie ook nog roeiers. Een gestuurde dubbelzes in een soort smalle maar hoge zeesloep en zeer ongelijk, maar ik kan er geen foto’s van maken want mijn Iphone is leeg. Jammer, jammer, jammer. Wel nog plezier gehad, want achter me in de bus zitten twee Poolse meisjes met twee Spaanse knullen, alle vier peregrinos. Spreken allemaal behoorlijk Engels en zijn elkaar nu een cursus Pools en Spaans aan het geven. Dat gaat met veel gelach als ze allemaal struikelen over de klanken van de andere vreemde taal. Als ze terug zijn gaan ze in de stad stappen en orujo drinken.

Om tien uur zijn we weer terug bij het busstation. Daar pak ik een taxi en die brengt me voor  EU 4,- weer naar het plein voor de kathedraal. Daar komt Maeve net aanlopen. Ze heeft vandaag nog lekker gerend, maar als dame natuurlijk ook nog geshopped. Samen gaan we op zoek naar een eettent. Maar ja in Spanje en om deze tijd zit het mudvol. Gelukkig vinden we nog een plekje. Veel honger hebben we niet maar rivuelta de silas confam en pimentos de padron gaan er nog wel in. En we besluiten om samen nog een laatste fles Rioja op te drinken. Voor mij “proost” en voor Maeve “Slainte”  doen wij meerdere malen.

Ook hier is het afscheid niet makkelijk. Ik neem nu afscheid van mijn tweede camino dochter, want zo wil ze door mij worden genoemd. Staan we daar weer alle twee met betraande ogen te knuffelen. Nog even zwaaien en dan verdwijnt ze om de hoek. Straks vliegt zij terug naar Dublin. Ze moet maandag weer beginnen. Om half een lig ik in mijn bedje. Nu wel met alle luiken dicht, zodat het geluid buiten blijft. Straks naar huis.

35e etappe (Deel2). Pedrouzo – Santiago de Compostela

Nadat ik klaar ben met mijn blog (EU 5,- voor 2 uur), vraag ik aan de mevrouw van het cafetaria of ze een taxi voor me kan regelen. Komen daar ook twee Amerikaanse dames binnen, die hetzelfde willen. Deze dames had ik gisteren ook al ontmoet, want zij hadden zich ook verlopen, net als ik. Dus kunnen we de kosten delen. Binnen twee minuten staat hij voor de deur en een vriendelijke mevrouw , die gebrekkig Engels spreekt neemt ons mee naar Lavacolla en daar begin ik om tien uur aan mijn laatste tien kilometer. Het zal een dag worden waar ik toch een aantal keren van de ene verbazing in de andere zal gaan vallen. Het is (nog) erg rustig. Windstil weer, mistig en wat frisjes met 12C. Een wat trieste dag voor mijn afscheid van de camino, maar eigenlijk ideaal wandelweer.

Vrijwel direct loop ik, alweer bergop, Lewis (37) uit Schotland achterop. Gisteravond nog samen met hem en zes anderen geaperitieft. Hij loopt mank. Heeft duidelijk last van zijn knie, maar gaat het wel halen. Zijn vrouw heeft twee dagen geleden af moeten haken in een van die regendagen. Zij is al in Santiago. Lewis zegt al snel tegen mij dat ik door moet lopen omdat mijn tempo veel hoger ligt en dat doe ik ook na hem nog een buen camino te hebben gewenst.

Onderweg, voortdurend Cauberg op en af, met af en toe lange rechte stukken vals plat, passeer ik vrijwel alleen “toerist peregrinos”, zoals wij ze noemen, meestal zonder rugzakken of met hele kleintjes waar net twee boterhammen in kunnen.

Om elf uur ben ik al bij de Monte do Gozo. Hier moet ik voor het eerst de kathedraal kunnen zien liggen, maar door de mist zie ik helaas niets. Nog vijf kilometer. En hier houdt voor mij eigenlijk de camino op. Alleen maar toeristen. Heel af en toe een “echte” zoals ik. Hier besef ik heel goed dat “de weg er naar toe”  oneindig veel belangrijker is dan “het bereiken van het doel”.

Nu begint het afdalen naar de stad. Eigenlijk niets bijzonders. Je loopt gewoon langzaam een grote stad binnen. Buitenwijken, enz. Gewoon stug doorlopend en toerist peregrinos passerend bereik ik langzaam de oude stad. Als ik zo'n beetje tel is nog niet een op de twintig peregrinos een echte. Maar ja, ieder doet het op zijn eigen wijze. Nog steeds Cauberg op en neer. De straten worden langzaam drukker en ook wat smaller. De oude stad lijkt heel erg veel op Valkenburg en Lourdes, wanneer je alle souvenirwinkeltjes in ogenschuw neemt. Dan zie ik ineens een van de torens van de kathedraal en ik moet eerlijk zeggen. Dit doet me niet zo veel. Meer de gespannen verwachting, ook als ik onder de laatste poort door het grote plein op loop. Om twaalf uur precies sta ik voor de kerk. De klokken beginnen te luiden en het begint ook te gieten van de regen. Symbolisch? Ik ben op tijd onder de bogen van het Galicisch parlement/raadhuis aan de overkant. Daar heb ik als eerste Ine gebeld dat ik was aangekomen.

Dan Pablo bellen. Hij heeft nog geen hotel voor me gevonden. Alles uitverkocht. Hij was nog op zoek. Dan eerst maar mijn compostela halen. Daar is het gelukkig niet druk. Niet meer dan twintig mensen voor me. Het papiertje deed me wel wat. Erg officieel in het latijn met ook mijn naam in deze taal. In elk geval zoveel dat ik er ook nog een koker bij heb gekocht om ze te beschermen.

Daarna door naar het erboven gelegen Huis der Lage landen. Hier wordt ik warm ontvangen door de vrijwilligers daar met Nederlandse koffie. Ik was de enige op dat moment en de 2018e Nederlander van dit jaar. Goed dat het daar is want je kunt er direct je eerste indrukken kwijt aan mensen, die de tocht ook al hebben gemaakt.

Daarna op zoek naar het Officio du Tourismo Galicia in dezelfde straat voor onderdak. Die geven me een kaart met een aantal albergues erop en verwijzen me ook door naar het Officio du Tourismo Santiago in dezelfde straat 200 meter verderop. Wordt ik op weg er naar toe aangehouden door een oude baas, die erg veel op ome Nand zaliger van Ine uit Hoeven lijkt, en die me een papiertje in de hand drukt. Hier staat Habitaciones op. Heb jij een onderdak voor mij. Ja, zegt hij in gebrekkig Engels en hij gaat me voor naar een donkere gang, waarvan het licht automatisch aanspringt als we binnenkomen. Op de eerste verdieping laat hij me een keurig kamertje zien. Alles wit en netjes schoon. Per drie kamers twee douches en een WC op de gang. Wat een luxe en voor EU30,- per nacht mag ik er slapen. Ik ga gelijk accoord en betaal ook gelijk. Heb ik een kamer op nog geen twee minuten lopen van de kathedraal.

Heb ik gelijk Pablo maar gebeld om te vertellen dat ik onderdak heb. Hij gaat nu naar vluchten naar Dusseldorf kijken.  Ook Ine weer gebeld dat ik een slaapplaats heb. Daarna scheren en douchen en dan nog wat fotos uploaden, maar dat gaat langzaam en daarbij val ik dus gewoon in slaap.

Om vijf uur wordt ik wakker. Snel opstaan en naar de kathedraal naar mijn maatjes voor het aperitief. Om half zes ben ik er en komen Jean Christoff en Maeve ook aan. Katja stuurt een sms dat ze een Sloweense bekende heeft ontmoet en dat ze bij ons in de kerk komt zitten. Het aperitief in een taberna vlak bij de kerk doen wij met een paar heerlijke riojas. Glazen zijn wat kleiner en prijs is wat hoger dan op het platteland maar voor EU 2,40 voor zo’n glas hoor je mij niet klagen.

Om kwart over zeven richting kerk via de zuid ingang naar de gereserveerde plaatsen voor perregrinos met een Compostela.

En dan in de kerk zal ik het komende uur door een roller-coaster van emoties gaan. Nog nooit in mijn leven heb ik in zo’n korte tijd zoveel gemengde gevoelens gehad. De mis begint. Vijf heren, want priesters hebben ze hier genoeg. Die spoelen elke dag aan met de stroom toeristen peregrinos. Meneer pastoor, zal ik hem maar noemen, lijkt wel heel erg veel  op de beruchte “schijn”heilige oud bisschop Gijssen uit Roermond, de bisschop, die zelfs mijn moeder uit de kerk wist te krijgen. Net zo’n uitgestreken gezicht alleen niet zo’n scheve mond. Hij begon gewoon aan de mis. Niemand werd welkom geheten. Waarom zou je ook. Een non zong tussen al dat geprevel door, gelukkig wel erg zuiver.

Tijdens de dienst schuifelen de toeristen gewoon langs ons heen. Ze zijn gelukkig wel stil. De dames van de schoonmaakploeg in het lichtblauw gaan gewoon door met hun werkzaamheden. Buiten op de trappen van de zuidingang begint een orkest onder luid applaus, goed hoorbaar in de kerk, te spelen.

Onder de preek van meneer pastoor begint het orkest de triomfmars uit Aida van Verdi te spelen. Geen idee waar de preek over ging. Hij duurde ook behoorlijk lang. Meneer pastoor hoorde zichzelf zeker graag praten. Maeve vatte het treffend samen: “He has an audience who cannot escape”. En voor mij sloeg ze hiermee de spijker precies op zijn kop.

De collecte wordt bij ons opgehaald door een oude baas, die in zijn kostuum verrekt veel op Quasimodo lijkt. Hij mist alleen de bochel. Volgens mij weet deze baas het ook niet meer precies, want de helft van de mensen slaat hij over.

De botafumero blijft ook stil hangen. Kennelijk heeft zich niemand gemeld, die de EU350,- wil betalen om het grote wierookvat te laten zwaaien. Nou ja, dan maar zonder.

Bij het ter communie gaan word je door de mensen van de veiligheidsdienst in bepaalde richtingen gedirigeerd. Ik tref een Aziatische priester. Ook prima. De non blijft maar zingen.

Tijdens de hele dienst heeft meneer pastoor niet een keer naar links of rechts gekeken in de kerk. Nooit in de richting van de peregrinos, die toch eigenlijk zijn “core-business” zijn, want door deze dagelijkse stroom van mensen is Santiago beroemd geworden en is uitgegroeid tot wat het nu is. Voor mij heeft de katholieke kerk in de vorm van deze meneer pastoor als dienaar van de kerk weer een hele grote steek laten vallen. Leren ze het dan nooit? Inleven in mensen, empathie, zouden juist deze mensen toch heel erg goed moeten kunnen.

Aan het einde van de dienst wordt altijd opgenoemd uit welke landen de peregrinos zijn gekomen. Wij viertjes komen uit Ierland, Slowenie, Frankrijk en Nederland. Echter geen van deze landen wordt ook maar genoemd. Ook nu wordt zelfs niet de kant van de peregrinos opgekeken. Minachting? Arrogantie? Onwetendheid? Slordigheid? Ik weet het niet, maar na de dienst heb ik niet zoveel zin meer om achter het altaar mijn camino af te sluiten met een bezoek aan Sint Jacobus. De andere drie halen me over om het toch te doen en zo sluit ik me aan in de rij. Gelukkig springt voor mij ook het licht op groen en mag ik door. Enkele personen voor mij wordt een vrouw door hevige emoties overvallen, begint te krijsen en wil het beeld niet meer loslaten. Leden van de veiligheidsdienst leiden haar gelukkig weg. De omarming van Sint Jacobus doet mij op zichzelf niet zoveel totdat ik aan mijn drie wandelmaatjes denk en dan komen toch de traantjes.

Vervolgens onder door de crypte en weer op weg naar boven. Nog geprobeerd een foto van Sint Jacobus te maken maar ik kan er niet dichtbij komen, dat wordt verhinderd door de veiligheidsdienst. Dan maar van wat grotere afstand.

Ik realiseer me dat wat ik hier heb geschreven mogelijk voor een aantal mensen wat hard aankomt, maar het was MIJN camino en zo heb IK deze dienst ervaren na het voltooien van die 800 kilometer te voet.

Om kwart voor negen zitten we in het restaurant en de dienst is toch vooral het onderwerp van gesprek, maar al gauw wordt het weer ouderwets gezellig en weemoedig, want vandaag valt ons groepje uiteen. Katja vliegt morgen al naar huis. Eerst ’s avonds naar Milaan en dan in de nacht nog vijf uur in een auto naar Ljubljana en Jean Christoph zit morgenvroeg al in de trein voor zijn negentien uur durende terugreis naar Limoges. Zelf krijg ik het bericht van reisbureau "Kim en Gijs", dat ze voor mij op zaterdag een directe vlucht naar Dusseldorf met Vueling hebben gevonden. Wat een service toch weer van dit reisbureau. Vorig jaar ging het ook al zo vlot.

Het diner was in een wat sjieker restaurant. Voor mij noodles with mussels and calamari en porkloin with french fries and cold pasta. Icecream en vino tinto de la casa. Totaal EU 12,-. Alles razendsnel opgediend. Ik moest aan Fargo denken waar Ine en ik ooit op een zakenreis binnen 55 minuten een vijfgangenmenu moesten wegwerken.

Na het diner nog naar een taberna voor onze allerlaatste gezamenlijke fles Ribeira wijn voor deze 4 musketiers uit elkaar gaan. Dat is best heftig. Een aantal kussen van Jean Christoph en hij bedankt me voor de zoveelste keer voor mijn Engelse lessen. Ik bedank hem natuurlijk voor zijn zeer levendige cursus Frans aan mij. Een nog groter aantal knuffels van Katja. Maeve zie ik morgen weer, maar die houdt het ook niet droog. We gaan letterlijk in vier richtingen uit elkaar. Zullen we elkaar ooit terugzien?

Om kwart over twaalf ben ik terug op mijn kamer en probeer te gaan slapen na deze emotioneel beslist heftige dag.

35e etappe (Deel 1). Pedrouzo - Santiago de Compostela

Om half zeven ging de wekker, maar ik was al eerder wakker geweest. Naast mij lag een wat eigenaardige Spanjaard. Pedro (55+) uit Barcelona. Ik voelde in een keer een klap in mijn rug. Had meneer een slipper naar mij toe gegooid omdat ik lag te snurken. Hij had nog meer mensen wakker gemaakt, want hij scheen voortdurend met zijn lamp op zoek naar snurkende mensen. Katja en Jean Christoph hadden ook behoorlijk last gehad van zijn geschijn.  Als hij zelf sliep snurkte hij ook bij het leven. Heb ik zelf gezien en gehoord toen ik van het toilet kwam. Heb "per ongeluk" tegen zijn bed gestoten. Was hij tenminste ook weer wakker. Om vijf uur was hij al aan het rommelen en vertrok. Ik begrijp niet waarom zo iemand in een albergue municipal gaat slapen. Die moet ergens in een hutje op de hei gaan liggen.

Vandaag een dag van dubbele gevoelens. We zijn er bijna en toch is het op de camino geweldig. Zou best nog even mogen duren. Dadelijk ben ik klaar met mijn artikel en ga met de taxi naar Lavacolla en loop ik de laatste tien kilometer. Benieuwd wat dat met me gaat doen.

We hebben in elk geval afgesproken dat we elkaar om half zes voor de kathedraal ontmoeten, samen aperitieven, samen naar de mis van half acht en daarna samen diner. Gisteren heb ik Pablo Lampon gesproken, mijn guardian angel van NAVTEQ in Santiago. Hij had zeven hotels voor me. Zoek er maar een uit heb ik hem gezegd. Met hem heb ik de afspraak dat als ik bij de kathedraal ben ik hem bel. Zijn kantoor is vlakbij.

In elk geval ben ik al om zeven uur in  het internetcafe voor het ontbijt. Cafeo con leche met twee tostados (€2,30). Daarna achter de compjoeter. Met wat kuren wil hij wel. En om kwart over negen ben ik klaar en ga me opmaken voor het laatste stukje.

34e etappe Arzua - Pedrouzo.

Het zal voor mij een hele gedenkwaardige etappe worden.

Om kwart voor zeven op en ik heb geslapen als een os. Om 10 over zeven zit ik in het cafetaria aan de overkant achter een cafeo con leche, een reuzen napolitana en een joekel van een croissant. Voor €3,40 heb ik die vast binnen en die heb ik nodig ook.

Om half acht vertrek ik onder bijna apocalyptische omstandigheden zou Jean Nelissen zaliger zeggen). Stormachtige wind (tegen natuurlijk), en regen. Allemaal bospaden maar dat zijn nu bosbeken waardoorheen ik mijn weg moet zoeken. Natuurlijk geen meter vlak. Dat betekent dat het water me of van voren of van achteren over de schoenen loopt. Gelukkig niet erin.

Vallende takken, kastanjes, appelen. En ik ben helemaal alleen. Zeker een uur. Terwijl ik zo loop te ploeteren komen bij mij een aantal vragen op: Wat doe ik hier? Waarom doe ik dit? Doe ik dit echt helemaal vrijwillig? en Heb ik dit echt zelf gewild? Ja! En dus hark ik door. Poncho voldoet overigens prima. De onderkant van de broekspijpen zijn kletsnat. Geen echt lekker gevoel.

Om negen uur wiordt ik ingehaald door Charles en maeve. Ze hadden prima geslapen in hun hotelletje. Zij lopen mij vandaag echter iets te snel.  Dus buen camino. Zij in hun tempo door en ik in het mijne.

Om kwart over negen houdt het op met regenen. Het waait alleen nog erg hard. Mijn broek wordt ook langzaam weer droog.

Om tien uur neem ik mijn eerste rust in Sakceda. Ik ben dan al over de helft van vandaag (dacht ik toen). Een verse zumo de naranje in een bierglas (€2,-). In de lucht nog steeds dreigende wolken. Zal dadelijk wel weer gaan regenen. Ik zie het wel. Om kwart over tien ben ik weer op weg. Lekker op tijd en jawel hoor. Het begint weer te regenen.  Gelukkig niet erg lang deze keer. Om kwart over elf houdt het echt op en begint het zowaar op te klaren. Voor het eerst in dagen zie ik weer iets van blauw in de lucht.

Volgens mijn horloge zou ik om half twaalf, kwartvoor twaalf in Pedrouzo moeten zijn. Alleen nog ergens een afslag nemen. En die mis ik natuurlijk gv$%&?!!! Maar dat wist ik toen nog niet. Vervolgens ging het zeker een uur redoute achtig omhoog in het bos. Er kwam geen einde aan. Maar ik zit wel op de camino. Opeens hoor ik vliegtuiggeluiden. Ik op mijn kaartje kijken. Ben ik al om het vliegveld heen aan het lopen dat voorbij Pedrouzo ligt.. Nergens huizen, tabernas of gehuchten. Toch maar door blijven lopen. Eindelijk in de verte een dorp. Ben ik dus om kwart voor twee in Lavacolla. Dat dorp ligt na tien kilometer in de etappe van morgen. Heb ik vandaag dus weer dertig kilometer gelopen (en alweer met rugzak). Wat nu?

Ik besluit een taxi terug te nemen naar Pedrouzo. Want afspraak met je vrienden is afspraak. Voor €15,- brengt de taxi me naar Pedrouzo terug, maar no way dat ik die tien kilometer morgen weer loop.

Om twee uur meld ik me bij de albergue. In het stadje kwam ik Maeve en Charles tegen. Ik mijn verhaal vertellen. Zij lachen, maar Charles was dit op zijn eerste camino precies hetzelfde overkomen. Katja en jean Christoph zijn er nog niet, die komen een kwartier later en lachen zich een breuk. Ik ben redelijk kapot. Samen gooien we onze spullen in de wasmachine en wasdroger. Alles samen delen en voor €|,- heb ik weer alles schoon en droog. Nu ook mijn fleecejack.

Nog een uur siesta en om half zes zitten we weer ergens bij een taberna achter een halve liter bier (€2,30). Daar komen nog een stel bekenden zitten en voor we het weten zitten we met zeven nationaliteiten om de tafel. Katja ontdekt hier ook nog een computer en dan heb ik mijn plan voor morgen al klaar. Gewoon om half zeven op. In die taberna gaan zitten ontbijten en bloggen. Daarna de taxi terug naar Lavacolla.

Het wordt erg gezellig. Zo gezellig dat we nog vrij laat op zoek moeten naar een eettent. Katja vindt die weer. Lekker verse salade met veel olijfolie en kalfsvlees op een sizzleplaat (heerlijk mals) en frites en voor mij een taartje met liquor toe. Soort tiramisu maar dan anders. Vino tinto de la casa en deze keer was ik voor €12,- klaar. We moeten bijna rennen voor de albergue, maar we halen het net. Om vijf voor tien zijn we binnen en volgens mij slaap ik al om tien uur.

Een hele aparte caminodag mag ik wel zeggen waar me toch de wind het meest van is bij blijven staan. Die extra kilometers hoef ik morgen niet meer te lopen en dan zijn het er nog maar tien tot Santiago.